Opnameverloop


Patiënten kunnen disfunctioneren op verschillende niveaus. Dit is namelijk mogelijk op biologisch-/pschologisch- of sociaal vlak. Afhankelijk van deze disfuncties en van de capaciteiten van de patiënt, wordt hij/zij tijdens de opname georiënteerd naar een van de groepen in het behandelprogramma. De basis van het PAAZ - programma wordt gevormd door drie patiëntengroepen:

  • observatiegroep
  • stabilisatiegroep
  • copinggroep
Na opname komt elke patiënt in de observatiegroep. In deze groep is het aantal therapieën beperkt. De patiënt is nog in crisis. Dagstructuur is belangrijk. De patiënt wordt uitgenodigd en gestimuleerd om actief te zijn en deel te nemen aan het groepsaanbod. De maaltijden worden in principe gezamenlijk gebruikt. Of hij/zij wordt juist geholpen om tot rust te komen, te ontspannen, minder overprikkeld of overspoeld te raken. De psychiater behandelt het acuut psychiatrisch toestandsbeeld. De verpleegkundigen hebben een belangrijke taak in ondersteuning en observatie. De sociaal - maatschappelijk werker brengt de psychosociale situatie in kaart. Zij plant zo spoedig mogelijk na opname een afspraak met het gezin van de patiënt. De psycholoog spreekt de patiënt individueel en maakt een inschatting van de mogelijkheden en kwetsbaarheden van de patiënt. Eventueel wordt aanvullend psychodiagnostisch onderzoek uitgevoerd. De ergotherapeut en bewegingstherapeut bieden individuele en/of groepsactiviteiten aan, gericht op stabilisatie, structuur, ontspanning en mobilisatie.

Het functioneren van de patiënt wordt geobserveerd en in kaart gebracht door de leden van het multidisciplinair team. De patiënt wordt actief betrokken bij het nemen van beslissingen. Hij/zij wordt gestimuleerd om via een actieve deelname en betrokkenheid zelf verantwoordelijkheid te nemen voor zijn/haar behandelproces en zelf een aantal doelstellingen te formuleren waaraan hij/zij zal werken tijdens het verblijf op de afdeling. De bevindingen van het multidisciplinair team worden samengebracht en er wordt een behandelplan opgesteld dat met de patiënt en de familie wordt besproken. De ontslagdatum wordt zo spoedig mogelijk vastgelegd. Daarbij wordt gestreefd naar een gemiddelde opnametermijn van drie weken.

Wanneer de patiënt voldoende gestabiliseerd is en gemotiveerd voor zijn behandeling, gaat hij/zij over naar de stabilisatiegroep of de copinggroep. Beide groepen hebben een eigen therapieaanbod dat is aangepast aan de mogelijkheden van de patiënt die ervoor worden geïndiceerd. De stabilisatiegroep is vooral gericht op de dagelijkse praktijk van de patiënt ene het verminderen van de draaglast. Eventuele moeilijkheden in relatie/gezin, werk, vrije tijd, financiën, sociale contacten, daginvulling, ... worden aangepakt. De copinggroep is gericht op patiënten met meer mogelijkheden tot zelfreflectie en inzicht. Hier wordt meer gefocust op het vergroten van de draagkracht door het leren omgaan met  eventuele moeilijkheden. In beide groepen wordt al snel naar ontslag of verdere behandeling toegewerkt.

 



Auteur: Lieve Dierickx
Laatste aanpassing: 31/07/2018